De Rijkscoördinatieregeling

    Op 5 maart 2014 heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu besloten tot toepassing van de Rijkscoördinatieregeling voor het Programma Stroomlijn. Dit betekent dat de voorbereiding en bekendmaking van de (ontwerp) besluiten voor de uitvoering van het Programma Stroomlijn wordt gecoördineerd, op grond van artikel 3.35 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). In het coördinatiebesluit is ook aangegeven op welke besluiten de coördinatie van toepassing is (onder andere projectplan Waterwet, water- en omgevingsvergunningen).

    De toepassing van de Rijkscoördinatieregeling houdt onder andere het volgende in:

    • Voor alle besluiten die onder het coördinatiebesluit vallen wordt dezelfde voorbereidingsprocedure gevolgd en wordt inhoudelijke afstemming van de besluiten gewaarborgd;
    • Besluiten worden zo veel mogelijk per uiterwaard (of groep van uiterwaarden) geclusterd;
    • Per cluster worden de ontwerpbesluiten tegelijk ter inzage gelegd en worden de definitieve besluiten tegelijk bekendgemaakt;
    • Over de ontwerpbesluiten kunnen zienswijzen naar voren worden gebracht, tegen de definitieve besluiten kan beroep worden ingesteld bij de Raad van State;
    • Eventuele zienswijzen worden gecoördineerd (in één nota) beantwoord en bij een mogelijke beroepsprocedure wordt een cluster van besluiten als één besluit door de Raad van State behandeld.

    Meer informatie?
    Het coördinatiebesluit voor het Programma Stroomlijn is terug te vinden via de Staatscourant.